De gemeentelijke koepelorganisatie VNG wijst de antiterreurmaatregelen in een wetsvoorstel van minister Remkes van Binnenlandse Zaken van de hand. Verschillende adviesorganen hadden eerder al kritiek op het voorstel dat momenteel bij de Kamer ligt.
Het gaat om maatregelen tegen personen die in verband worden gebracht met terrorisme, maar die strafrechtelijk nog niet kunnen worden aangepakt. Zij kunnen in het voorstel een locatieverbod of een verbod op het ontmoeten van bepaalde personen opgelegd krijgen. Ook een meldplicht op een politiebureau behoort tot de mogelijkheden. De minister van Binnenlandse Zaken kan de sancties opleggen als de minister van Justitie het daarmee eens is.
De VNG vreest een ’averechtse werking’ van het wetsvoorstel, dat tot stigmatisering zou leiden. Daarmee sluiten de gemeenten zich aan bij eerdere kritiek van de Raad van State. Die wees op de mogelijkheid dat de bevoegdheden vooral groepen van een bepaalde afkomst zullen treffen. ’Het risico moet worden vermeden dat de bevoegdheden worden toegepast op de enkele grond dat iemands religieuze of etnische identiteit herkenbaar is’, aldus het adviesorgaan.
Ook is het voor VNG onverteerbaar dat de macht eenzijdig bij de ministers ligt, en dat gemeenten niet gekend hoeven te worden in de maatregelen. ’De burgemeester moet vooraf op de hoogte worden gebracht als de minister een maatregel oplegt’, stelt de belangenbehartiger. Overigens krijgen gemeenten in het wetsvoorstel wel de mogelijkheid om subsidies of vergunningen in te trekken van personen en organisaties die in verband worden gebracht met terrorisme.
Verder hekelen lokale overheden de ’twijfelachtige structuur’ van het voorstel. Als iemand het niet eens is met de opgelegde maatregel, is beroep mogelijk bij de rechtbank en eventueel hoger beroep bij de Raad van State. Volgens VNG doemen daarbij problemen op. ’Rechters zullen in geval van beroep vaak te weinig informatie hebben om tot een oordeel te komen. Als je bijvoorbeeld een AIVD-medewerker oproept tot getuige mag deze niets zeggen.’
VNG wijst erop dat rechters het voorstel om dezelfde reden al bekritiseerden. Volgens de Raad voor de Rechtspraak zouden gerechtelijke dwalingen op de loer liggen als gevolg van het gebrek aan mogelijkheden om de rechtmatigheid van maatregelen te toetsen. Ook het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is kritisch over de voorstellen van het kabinet. De privacywaakhond sprak eerder van een ’overweldigende accumulatie van bevoegdheden voor politie en justitie’.
Sdu - Overheidsinformatie (15 augustus 2006)